De Kemperkip is niet zomaar een scharrelkip. Ze leidt een relatief lang leven, op een dieet waarmee ze aan smaak wint. Haar ambachtelijke kwaliteit heeft ze te danken aan haar naamgever, Herman Kemper. Wining&Dining ging op bezoek bij de man die de Nederlandse kip weer smaak gaf.
Het eerste wat opvalt aan het kantoor annex woonhuis van Herman Kemper in Doetinchem is dat er geen kippen op het erf lopen. Kemper: “Ik heb inderdaad geen kippen aan huis. Die zitten allemaal bij verschillende boerderijen hier in de buurt. De boeren verzorgen ze, daar zijn zij goed in. En ik doe waar ik goed in ben: ik lever het voer en zorg dat de kippen verkocht worden.”
Op de zijkant van het pand staat een oude reclame-uiting: Kemper Yzevoorde Veevoeders. “Dat is het logo dat mijn ouders gebruikten op de zakken veevoer”, vertelt Kemper. “Op de tekening staan allemaal dieren: varkens, kalveren, paarden, konijnen en schapen. Maar geen kippen. In die tijd deden we nog geen kippenvoer.” Zijn ouders hadden een klassiek veevoederbedrijf in combinatie met een buurtwinkel en een bakkerij. Als zoon was Kemper voorbestemd het bedrijf over te nemen. Ter voorbereiding deed hij de Molenaar- en mengvoederopleiding in Barneveld en specialiseerde hij zich in veevoer. “Ik liep al een aantal jaren mee in het bedrijf van mijn ouders toen ik het in 1989 overnam”, vertelt hij. “Maar de tijden waren sinds mijn opa wel erg veranderd. De hele veevoederindustrie was in handen van een paar grote bedrijven en wij behoorden tot de drie kleinste bedrijven die alleen lokaal werkten. Begin jaren negentig zag ik aankomen dat ik het niet zou redden als ik zo klein bleef.”
Verder lezen? Het complete artikel vindt u in het Wining&Dining-voorjaarsnummer.